Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijk had kunnen verschaffen. Elk burger dus, al ware hij de meest aanbevelenswaardige door zijn karakter of de hoogst geplaatste door zijn maatschappelijke positie, had in zijn huis onder de oogen van zijn bloedverwanten, zijn vrouw en zijn kinderen een serail van jonge slaven. Rome was overigens vol schandjongens, die zich evenals de publieke vrouwen verhuurden, vol huizen, voor deze soort van prostitutie bestemd, en vol van koppelaars, die geen ander bedrijf uitoefenden, dan de afschuwelijke gewilligheid van een jnenigte slaven en vrijgemaakten te hunnen bate te verpachten.

In een hoofdstuk van het Satyricon, doet de Latijnsche schrijver (1) ons een tooneel der zeden bijwonen, dat een der belangwekkendste documenten is voor de geschiedenis der prostitutie. Over „dien achtenswaardigen grijsaard" sprekende, dien hij 's nachts in de straten van Rome verdwaald ontmoet, voegt Ascyltus eraan toe: Nauwlijks aangekomen trekt die man met de eene hand zijn beurs en met de andere... de schaamtelooze! durft hij mijn oneer tegen het wicht van goud te koop vragen. Reeds greep die Sater mij met een ontuchtige hand aan en zonder de kracht van mijn wederstand, mijn waarde Eucolpius, gij begrijpt mij...! Gedurende het verhaal van Ascyltus komt juist de grijsaard in kwestie aan, door een vrij lieve vrouw vergezeld. Zich tot Ascyltus wendende, zegt hij: In deze kamer wacht ons het genot; stel u gerust over de soort van den strijd, de keus van de rol is aan u. — De jonge vrouw van haar kant drong mij insgelijks hem te volgen. Wij lieten ons verleiden; en op de schreden onzer gidsen gingen wij door

(1) Petronius, Satyricon, cap. VIII.

Sluiten