Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kortom, aan al die woorden voegt zij nog dat van hond! Trimalcion werpt verwoed over die beleediging een beker naar het hoofd van Fortunata. Deze begint te schreeuwen...

Laat ons hier afbreken. Het tafereel is compleet; onze lezers kunnen zich een oordeel vormen over de zeden der Romeinsche aristocratie.

Het is zeker, dat de Satyricon van Petronius geen geschiedkundig document is, dat de schrijver slechts een roman heeft geschreven en dat de personen in het rijk deiverbeelding thuis hooren. Maar niemand betwist, dat zijn werk een studie der zeden is en men moet in de zinnebeeldige tooneelen, die hij met groot talent en een opmerkelijkheid van karakter geschreven heeft, de schandalige nachten van het hof van Nero erkennen. En deze bloedige Satire had de verdienste zoo juist getroffen te hebben, dat de Romeinsche Sardanapalus het doodvonnis van den schrijver onderteekende. Is de Satire van Petronius overigens niet de beschrijving van de Romeinsche maatschappij, zooals alle Latijnsche geschiedschrijvers haar geschilderd hebben? Eucolpus en Ascyltus zijn wel de losbollen door Martialis beschreven. Quartilla vertegenwoordigt juist de lichtekooi van Subura. Emolpus is het portret van de ijdele dichters, die in Rome krioelden; en Chrysis, Circeus, Philumenus zijn waargenomen en natuurlijke typen, die men niet maakt, Trimalcion eindelijk geeft een juist denkbeeld van de onbeschoftheid, ruwheid des gevoelens en belachelijke ijdelheid van den parvenu, van den armen stakkert, die millionnair is geworden en nu zijn gasten wil verblinden door een praal van slechten smaak en een druktemakende edelmoedigheid, die hem door zijn vrienden en gasten doen verachten. In een woord al die personen zijn waar, al die toestanden zijn

Sluiten