Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gezwellen vergezeld wordt, welke Hypocrates als epidemisch beschouwt. Galianus loc. cit.

Evenals bij de zweren op de voorhuid verheffen zich op die van den eikel sponsachtige uitwassen en in sommige gevallen verhardingen aan de kanten, die een litteeken nalaten, dat door de Romeinen clavus genoemd wordt. Celsius. (l) Er is niet veel verbeeldingskracht toe noodig om deze plaatselijke ziektegevallen der roede te beschouwen als invretende chancres verergerd door het syphilitisch gif op den eikel.

Celsius overigens laat niet na eraan toe te voegen, dat de verkankering van het orgaan soms volgt, dat zij de geheele roede aantast en dat men in een dergelijk geval insnijdingen in het gezonde vleesch moet doen, de verkankerde deelen wegsnijden en door een mengsel van kalk en Spaansche peper de wond uitbranden.

Verscheiden Grieksche en Latijnsche schrijvers hebben over de zweren der vrouwelijke geslachtsorganen geschreven, onder welke men Aetius, Aretheus, Paulus van Eginus en Archigenus moet aanhalen. Aetius zegt:

„Men ontmoet in de dikte der schaamlippen zweren, die met het mes niet gesneden kunnen worden, als zij naar den aars gericht zijn, omdat er anders gemaklijk fistels uit over kunnen blijven, wat niet te vreezen is, als zij bij het piskanaal gelegen zijn. — De scheede en de mond van de baarmoeder zijn gevoelig voor zweren, pustulai sca.br w, die schilferige korsten nalaten en andere tubercula müiaria, die men op het gevoel en met de spcculum matris zeer goed

(1) Roe. Cit. v. 8.

Sluiten