Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lymphatische klieren; maar daar deze aandoening zich hoofdzakelijk in de liesstreek vertoont, noemde men in het bizonder ettergezwel de ontsteking der liesklieren, zoowel als de liesstreek zelf. De Romeinen gebruikten alsdan het woord inguem, zoowel om de ziekte als om haar plaats aan te wijzen. Later maakte men verscheidene onderscheidingen; men noemde bubo de ontsteking door opzetting vergezeld eu phyrna die welke spoedig verliep en tot ettering overging. Galianus wees door een woord het zwellen der klieren aan, dat vergezeld was door een roosachtige ontsteking der huid, welke struma genoemd werd, als er verharding plaats had. Volgens denzelfden schrijver (') zijn deze klieren door haar weeken bouw in het algemeen voorbeschikt aangedaan te worden. Daarom ontsteken de klieren der lies, der oksels en van den hals, zoodra er zich zweren vertoonen aan de teenen, de vingers en het hoofd. De bubo's vormen zich evenzoo en zijn moeilijker te genezen, zoodra het lichaam overladen is met kwade sappen. De meeste schrijvers geven toe, dat door andere oorzaken de bubo's voorafgegaan werden door zweren, ofschoon geen hunner in het bizonder de zweren der geslachtsorganen beschrijft. Evenwel laten, in een tekst van Hypocrates, (2) eenige woorden een uitlegging in dezen geest

toe. Rosenbaum.

Galianus beval aan koppen op de ettergezwellen te zetten, die neiging hadden tot ettering over te gaan, maar zich niet te haasten ze te openen. Alleen als hij geen oplossing kreeg, ging hij tot de operatie over, die hij door een dwars

(1) Metli. med. ad Glaucum lib. II cap. 1 et lib. XIII cap. 5.

(2) Lib. IV apli. 82.

Sluiten