Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toonen zich om de ooren en laten een etterachtig vocht uit. De geheele oppervlakte van het lichaam is doorsneden met harde rimpels en zelfs met zwarte spleten : vandaar haar naam van olifantsziekte. Bersten verdeelen ook de hielen en de voetzolen tot aan het midden der toonen. Indien de ziekte in kracht toeneemt veranderen de knobbels der wangen, kin, vingers en knieën in stinkende en ongeneeslijke zweren; zij zetelen zelfs de een op de ander, zoodat de laatsten de eersten schijnen te beheerschen en weg te vreten. Het gebeurt zelfs, dat de ledematen voor den lijder sterven en zich van het overige van het lichaam afscheiden, dat aldus achtereenvolgens den neus, de vingers, de voeten, de geheele handen, de geslachtsdeelen verliest; want de ziekte doodt den lijder, om hem van een afschuwelijk leven en wreede kwellingen te verlossen, eerst na hem van al zijn ledematen beroofd te hebben."

Dit is de leer der ziekte-kenteekenen van de melaatschheid ('). Zij verschilt aanmerkelijk van de huidziekten der hedendaagsche syphilis; maar wie kan er voor instaan, dat deze, zoo zij in alle vrijheid op zekere klierachtige sujetten zonder de therapeutische hulp van het kwik en iodium-potassium ontwikkelde, niet bij voorkeur een verloop zou volgen gelijksoortig aan versterving en bloedbederf?

Archigenus heeft ook zijn meening over de olifantsziekte doen kennen. Hij verklaart niet alleen, dat de ziekte besmettelijk is, maar ook dat de huidziekte slechts secondair is. Hij zegt, dat haar oorzaak hem onbekend is, maar dat de zieken zeer wulpsche individuen zijn en dat gesnedenen ervan bevrijd blijven.... Dit zou nog een bewijs voor den

(1) In Ned.-Indiö onder den naam van Beau bekend. Vert.

Sluiten