Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Doch men zij dan voorzichtig in de keuze zijner gegevens en make onderscheid tusschen het zekere en het waarschijnlijke. In elk geval wettigen deze en dergelijke vondsten niet, dat men in den blinde weg feiten gaat verzamelen en ophoopen. Het voortdurend publiceeren van zoogenaamde „nieuwe" feiten onder de leus: „men kan nooit weten waar het goed voor is", heeft nu lang genoeg geduurd om er eens even mede op te houden en zich af te vragen : loont het werk de moeite ? Alles moet onderzocht worden, zeker, maar daarom nog niet alles gepubliceerd. Wie iets „nieuws" publiceert, moet wel weten „waar het goed voor is"; hij moet den samenhang tusschen zijne vondst en het wetenschappelijk geheel waartoe deze behoort, in het oog hebben en houden. Men moet het kleine niet verwaarloozen, neen zeker, maar evenmin er in zakken, zoodat men niet meer om zich heen kan zien; men moet er boven blijven staan om het groote in het kleine te leeren onderscheiden.

Het is waar: groot en klein zijn relatieve begrippen, maar die waarheid geldt toch slechts binnen zekere grenzen: niemand zal toch beweren dat b. v. Vondels overgang tot de Eoomsch-Katholieke kerk een feit is van geringe beteekenis en daarentegen vraagstukken van groot gewicht: waar Vondels zuster te Hoorn gewoond heeft of welke de juiste huurwaarde van des dichters huis op de Prinsengracht was ?

De uiterlijke levensomstandigheden van een dichter zijn belangrijk, zeker, doch gewichtiger is de geschiedenis van zijn innerlijk leven. Zóó vatte ook Vondel zelf het op: „eeuwigh gaet voor oogenblick!" Wie Vondels leven wil beschrijven, moet trachten het in Vondels geest te doen.

Sluiten