Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men klaegt, indien de balsem stort,

Om 't spillen van den dieren reuck :

Maer niet, zoo 't glas bekomt een breuck,

Als 't edel nat geborghen wordt.

Indien streven naar stoffelijke welvaart en uitbreiding van macht, dorst naar wetenschap en schoonheid, vrijheidszin en geloof, de eenige krachten waren geweest die het leven der Amsterdamsche burgerij beheerschten en bleven beheerschen, dan zou die burgerij een nog hooger standpunt hebben bereikt dan zij het, vooral in de drie eerste kwartalen der zeventiende eeuw deed, dan zou het einde dier eeuw haren glorierijken aanvang waardig zijn geweest. Doch die krachten vonden andere tegenover zich; zij werkten niet alle in dezelfde richting en bleven niet alle zoo sterk als zij geweest waren.

De praktijk bleef het kompas waarop de wetenschap zeilde; het nuttigheidsbeginsel verhinderde de kunst in menig geval de wieken uit te slaan tot breeder vlucht; het geloof vond eene forsche zinnelijkheid tegenover zich, die op bruiloften en andere feesten te verder uit den band sprong naarmate zij in het dagelijksch leven gewilliger aan den leiband der kerkelijke tucht geloopen had. Geoorloofde winzucht ontaardde soms in brutale geldzucht. Aangeboren ruwheid en grofheid boden krachtig weerstand aan de pogingen tot beschaving en verfijning die vooral onder den invloed van den omgang met de volken van het Zuiden in het werk werden gesteld: taal en zeden, ook der gegoede burgerij, waren vaak verre van fijn. Calvinisme en Renaissance kwamen niet zelden in botsing; de oude worsteling tusschen Christendom en Heidendom werd ook in

Sluiten