Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

durende betrekking; in het familiegraf van Pieter Blesen is Vondels lijk bijgezet.

Noch onder de Waterlandsche Doopsgezinden noch ter Brabantsche Kamer Ut Levender Jonat zijn, naar het schijnt, vele mannen geweest die een blijvenden invloed op Vondels ontwikkeling hebben gehad. Maar toch wel eenige: zoo b. v. de predikant Hans de Ries, dien hij te Amsterdam of elders gehoord moet hebben en Cornelis Anslo, op wiens portret door Rembrandt geschilderd hij nog in 1640, dus aan den vooravond van zijn overgang tot het Katholicisme, dat pittige bijschrift maakte. Onder de broeders van „de Lavendel" was het vooral Zacharias Heyns, boekverkooper en rijmer, die hem aantrok, met wien hij de bewondering der werken van Du Bartas gemeen had Ook de „konstvercooper" en dichter Abraham de Koning heelt blijkbaar eenigen invloed op Vondel gehad.

Onder de leden van „De Lavendel" waren voorzoover wij wij weten weinig mannen van aanzien of beteekenis. Zoolang Vondel lid bleef van die Rederijkerskamer, bleef hij zich in een kleinen kring bewegen. Doch de vertooning van Het Pascha zal de aandacht ook der leden van de bevriende Kamer de Egelantier op hem gericht hebben; vóór dat stuk vinden wij een lofdicht o. a. van Breeroo. In welk jaar Vondel lid der Kamer In Liefde Bloeijende is geworden, weten wij niet; ik vermoed dat het niet lang na 1611 of 1612 (de eerste vertooning van Het Pascha) zal geweest zijn. In 1617 hooren wij Theodore Rodenburg, toen een groot man in de Egelantier, Vondel prijzen om zijne vertaling de Vaderen die in het vorig jaar verschenen

Sluiten