Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

taafel verbiedt." Wel zendt Vondel Hooft nog in 1646 een exemplaar zijner proza-vertaling van Virgilius met een hartelijken geestigen brief, doch Hooft antwoordt koel beleefd. Met Barlaeus en Yossius blijft Vondel de vriendschap aanhouden, maar het zou niet lang meer duren. Reael, Plemp, Jakob Baeck, Willem Jansz. Blaeu, Victoryn, Mostert, De Groot waren in 1646 allen overleden; Hooft volgde hen een jaar later; twee jaar na hem stierf Tesselschade; Van Baerle en Vossius stierven beiden kort voordat de tweede helft der zeventiende eeuw aanving. Zoo was de Muiderkring verstoven voor den adem des doods. Het wordt eenzaam om Vondel die, staande in onverzwakte kracht, het tweede geslacht meer en meer op den voorgrond ziet treden. Onder hen merken wij Gerard Brandt op, wiens lijkrede op Hooft Vondel den tooneelspeler Van Zjermez in den schouwburg had hooreii voordragen. In 1652 dicht Vondel een bijschrift op het portret van Suzanne van Baerle, Brandts verloofde en dochter van den overleden professor. Een tijd lang werd de omgang tussclien Brandt en Vondel afgebroken; waarschijnlijk had Vondel vernomen, dat Brandt de man was geweest die in 1647 buiten hem om eene uitgave zijner gedichten had bezorgd, waaronder ook zulke die hij als Katholiek liever niet herdrukt zag, de man ook die deze uitgave had voorzien van eene scherpe, hier en daar hatelijke, voorrede. Met Jan Vos had Vondel reeds in 1641 kennis gemaakt, toen hij dezen met raad had bijgestaan in het verbeteren van Aran en Titux; vooreerst bleef Vos een vereerder en vriend van Vondel: hij sprong voor dezen in de bres in den pennestrijd over Vondels Maria Stuart,

Sluiten