Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

laatste levensjaren veel genegenheid van zijn neef Joan de Wolf, zoon van zijn zwager Hans. Deze had, buiten zijn oom om, den post van Suppoost voor hem weten te verwerven; hij hielp zijn oom in het besturen van diens zaken en deze vertrouwde hem „alle zijne huiszorgen en hartsgeheimen." Eiken Vrijdag at Vondel ten huize van zijn neef die (in tweede huwelijk) getrouwd was met Agnes Block, „een groote liefhebster van alle nutte wetenschappen en edele kunsten, inzonderheit der poëzye, schilder-, teken- en printkunst"; ook van hare zuster Ida „die haar meeste tijd in de boeken versleet" hield de oude man veel. Ook nadat Joan de Wolf gestorven en zijne weduwe hertrouwd was met den koopman Sybrant de Flines bleef de hartelijke verstandhouding tusschen den dichter en zijne nicht Agnes bestaan.

Vondels geliefde dochter Anna stierf in 1675. Ook na haar dood bleef zij door haar testament voor haren vader zorgen: men moest den ouden man die de negentig nabij was en zich zelf niet meer kon redden, des noods het kapitaal dat zij hem naliet laten verteren — luidde het testament en hem geven wat hij begeerde. De meeste zijner kleinkinderen waren gestorven; o. a. Maria, dochter uit het eerste huwelijk van zijn zoon Joost, die na veel geleden te hebben op „vleugels van ootmoet en gedult" de aardsche dampen ontvaren was, gelijk haar grootvader in een zijner heerlijkste gedichten zeide, en Willem, zoon van Aeltje van Bancken.' Slechts één kleinzoon Justus, die

1. Zie in het jaarboekje van Alberdingk Thijm A<>. 1900, het artikel van den Heer Jan F. M. Sterck, pag. 13 van den afzonderlijken afdruk.

Sluiten