Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sijn munt roept dat hy heeft Voor 't Vaderland gevochten,

En niet sijn tuyn alleen voor Bogerman gevlochten,

Voof Wael of Vlaming, die 's lands ingeboren terght:

Van wien hij in sijn nood is sacht geherreberght.

Ondanckbre vreemdeling die enz.

Wij zien de verwantschap tusschen Vondel en zijn volk, waarvan ik vroeger melding maakte, ook in de eigenaardige neiging, op alles een nationalen stempel te drukken, „nae's lants gelegenheyt te verduytschen" gelijk Hooft van zijn Warenar zegt. Zoo lezen wij in het Pascha (vs. 427): „Doe heeft God op-ghestelt syn groote waterspuyen"; als de dichter in de Helden Godes vertelt hoe Samson de vossen „met vuyrwerck" aan de staarten in het koren joeg, laat hij er onmiddellijk op volgen : „Wat rees de merckt in tarwe, in wyndruyf, in olyf!"

Van Micheas wordt in datzelfde dichtwerk gezegd dat zijne schenen gekluisterd werden „in den stock" (het bekende strafwerktuig der zeventiende eeuw). In Hierusalem verwoest wordt gesproken van de „cingel" der wallen (vs. 1524), van rondeelen en ,,'t Moorders vendel"; in Palamedes (naar aanleiding van Charons schuit): „Het isser drock aan 't veer".

In den brief der heilige maagd Sinte Aeght die ons naar Palermo verplaatst, lezen wij :

hoe 't water scheurt En ruischt op 't ryzenhooft en d'ingeheide palen.

Vooral voor een Amsterdammer dier dagen had de naam rijzenhooft een zeer bekenden klank.1

1. »Het uiterste Bolwerk aan de Oude-zyde, het Ryzenhoofd genaamd, lag ten einde van de Y-graft, omtrent de plaats, daar nu de Kattenburgerbrug legt." (Wagenaar, Amsterdam I, 42).

Sluiten