Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Elders in die brieven spreekt Vondel van „de norsche

schout", gelijk in Peter en Pauwels van „de burgemeesters

zelfs, de schouten en raetsheeren" (vs. 638). De 120ste

Harpzang begint aldus :

'k Hef mijne oogen naer de duinen:

Van omhoogh Koomt mijn noothulp uit haer kruinen

en telkens wordt over duinen gesproken in den zin van bergen. De Pizaners noemen de metalen brug waarover Salmoneus zal rijden „de Kopre sluis". Niet alleen enkele woorden maar gansche uitdrukkingen en voorstellingen toonen ons dat de dichter, waarheen ook „zijn blijde geest ging spelen", toch steeds Hollander bleef. Rispe, Sauls weduwe, die, in een rouwkaros gezeten, door de eerbiedig plaats makende menigte rijdt (Gebroeders, 1674 vlgg.) is een aanzienlijke Hollandsche dame der zeventiende eeuw. Wanneer wij in Joseph in Egypten Potiphar hooren vragen : „Wel Joseph, gaet ghy nu de joffers niet geleiden" en hem van „de Ridderschap en schutterlijcke kracht met sleepende geweer" hooren spreken, worden wij eveneens naar Vondels Amsterdam verplaatst. En waar zijn wij : in Palestina of op den Dam in Amsterdam , als wij in Koning David in Ballingschap (vs. 839) den veldoverste Joab aldus hooren gebieden:

Wachtmeesters, krijgskornels, waeckt rustigh met elckanderen.

Men zal van uur tot uur de leus of 't woort veranderen,

De ketens spannen, eer het oproer t'zamenrott' 1

1. Vgl. ook nog eene 17de eeuwsche Amsterdamsche straatversiering in Rome in Altaergeheimenissen II, 1355 en het aan het Amsterdamsch tooneel ontleende »in de trali liggen" (vs. 1361).

Sluiten