Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij zoo hoog stelde; hij zal daarin zoowel regelmaat en geacheveerdheid van het bijwerk hebben gemist als het teere gevoel en de edele gratie die hen) aantrokken in het werk der Italiaansche schilders als in dat van een Virgilius en een Tasso; Rembrandts oorspronkelijkheid moet hem te ongewoon en te wild zijn voorgekomen, zijne tegenstellingen te scherp. Rubens was Vondels man, Rubens dien hij in 1639 in de opdracht zijner Gebroeders „de glori der penseelen onzer eeiuve" noemt, dien hij op de bovenvermelde plaats der Bespiegelingen tegenover den dollen schilder plaatst als zenith tegenover nadir; voor Vondel was het de vraag „of Lastman Fenix was of Rubens, zyn genan" 1 (naamgenoot) — van Rembrandt was toen en is ook later bij hem geene sprake. De plooibaarheid van geest en het accomodatie-vermogen, die mensehen van den tegenwoordigen tijd in staat stellen genieën van zoo verschillenden aanleg gelijkelijk te waardeeren, ontbraken Vondel evenals verreweg de meesten zijner tijdgenooten.2

Van de overige beeldende kunsten vinden wij veel minder melding gemaakt dan van de schilderkunst; de indrukken die hij van bouwkunst en beeldhouwkunst mag ontvangen hebben, schijnen echter in hoofdzaak dezelfde te zijn geweest als degene die wij in zijne uitingen over schilderkunst hebben leeren kennen. Zijne bijschriften op marmerbeelden b.v. gelden alleen de personen die zij voor-

1. Unger, 1057—1660, bl. 333. Da ilateering van dit stukje is onzeker. Lastman stierf in 1633; waarschijnlijk zal dit bijschrift dichter bij 1633 dan bij 1(160 staan.

2. Vgl. over de vraag »Vondel en Rembrandt" ook Heets, Nieuwe Verscheidenheden., 2de Stuk, bl. 88 vlgg.

6

Sluiten