Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werden vooral door de Renaissance de oogen van ons volk langzamerhand geopend voor de schoonheid der natuur. In de 16de eeuw zien wij het natuurgevoel toenemen in kracht; Karei van Mander en Spieghel zijn de eersten onder ons volk, wier blik op de natuur blijkbaar verschilt van dien der middeleeuwsche menschen , wier beschouwing der natuur verwantschap toont met het hedendaagsch natuurgevoel.' Vondels natuurgevoel was, voor dien tijd, levendig en sterk, al was het niet fijn. Daar het zich op vele plaatsen van zijn werk openbaart, leent het zich wel tot een onderzoek.

Gelijk zoovelen zijner tijdgenooten heeft ook hij de schoonheid der natuur eerst recht leeren beseffen en genieten, nadat zij hem in de literaire werken van anderen was geopenbaard. De natuurbeschouwing van Fransche, Italiaansche en Romeinsche dichters is van invloed geweest op de ontwikkeling van zijne natuurbeschouwing. Ook lateikan men soms nog bemerken onder welken invloed zij . zich gevormd heeft; de natuur gelijk zij zich hier en daar in Vondels werk vertoont, herinnert dan aan het werk van Hollandsche landschapschilders als Berchem, Pynacker en den Duitschen Hollander Lingelbach, waar Hollandsche werkelijkheid en Italiaansche fantazie tot een geheel zijn vereenigd.

In de eerste plaats moeten wij hier letten op den invloed van Du Bartas, den dichter dien Vondel zich gedurende zijne eerste ontwikkeling, meer dan eenig ander, ten voorbeeld heeft gesteld. Du Bartas had een voor dien tijd zeer

1. Vgl. mijne Gesch. der Ned. Lett. in de 10de eeuw, 1T, 204 , 3.'J4.

Sluiten