Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De poëzie hield hier trouwens gelijken tred met de werkelijkheid: het kan ons niet vreemd danken dat een dichter dier dagen zulke heelden van een klassiek dichter overnam, indien wij de toenmalige Hollandsche meisjes hare Eomeinsche voorgangsters zien navolgen in het liefkoozen van eene tamme musch. Leest men de gedichten van Barlaeus en Vondel op de lievelingsmusch van Hoofts voordochter Suzanne Bartelot, dan valt het bezwaarlijk te ontkennen dat een nakomeling van de door Catullus verheerlijkte „Passer, deliciae (s)uae puellae" in de zeventiende eeuw naar Holland is komen vliegen.

Niet minder lief dan de vergelijking van arend en tortel was Vondel die van de klokhen welke hare kuikens onder hare vleugels beschermt. Wij vinden haar b.v. in het Decretum Horribile (vs. 130—132):

Hy saemeltse in den schoot van 't nieu Jerusalem,

Veel liefelicker als een klockhen met haer wiecken,

Beschaduwt en beschermt het ongepluymde kiecken.'

Hier verwijst de dichter zelf in den eersten regel naar zijne bron, den bijbel.3

Er zou nog wel meer van dezen aard kunnen worden medegedeeld, doch de gegeven voorbeelden volstaan om aan te toonen wat hierboven beweerd werd omtrent de ontwikkeling van Vondels natuurgevoel. Ook mag de lezer niet den indruk krijgen alsof Vondel de natuur slechts met de oogen van anderen zag. Heeft zijn natuurgevoel zich ook al ontwikkeld onder den invloed der natuur-

1. Verg. ook Gysbreght, vs. 1696 vlgg.: »De klockhen deckt vergeefs het sidderende kiecken" enz.

2. Mattheus, XX11I, vs. 37.... «gelijkerwijs eene hen hare kiekens" enz.

Sluiten