Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor een groot deel aan den tijd en de door mij reeds genoemde oorzaken; voor een ander deel is de oorzaak te zoeken hierin, dat Vondel te los, te afkeerig was van deze aarde om zich nan hare schoonheid over te geven, zich van haar te doordringen, haar in te drinken niet volle teugen; de pantheïstische natuurbeschouwing vaa latere dichters als Shelley, die zich des ganschen heelal* gevoelden en langs dien weg weer een deel van het oorspronkelijk natuurgevoel der oer-menschen heroverden op de cultuur, moest een man als Vondel vreemd blijven. Niet dezer aarde schoonheid maakte op hem den diepsten indruk, maar die van het Paradijs, wonderland zijner verbeelding, waar de eerste menschen met God en de engelen verkeerd hadden, en die van den Hemel waar God troont „zoo diep in 't grondelooze licht".

Sluiten