Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of minder duidelijk vertoont; naarmate wij dichter bij 1641 komen, wordt het Katholicisme duidelijker voor onzen blik: allengs wordt volle dag wat uit de verte schemering en flauwe lichtglans geleek. In de Voorreden van den Gulden Winkel (1613) reeds treft ons deze uitdrukking omtrent Abraham de Wolf

den zegen

Die hy te Roomen heeft zoo goedertieren kregen Van Zyne Heyliglieyd

Aan het slot van Hierusalem Verwoest (1620) zegt de engel Gabriël van zichzelven dat hij

d' heylge moedermaeghd boodschapte van te voren Hoe zy van God was tot een moeder Gods verkoren. '

In het gedicht Tot Lof van Sint Agnes (1622), waarvan jn. i. niemand dan Vondel de maker kan zijn, vraagt hij zelfs om de voorbidding dezer heilige.2 Echt Katholiek is de voorstelling van Christus als bruidegom in het Christelijck Vryagielied, door den dichter vóór 1625 met het oog op Katharina Baeck geschreven; dat lied is als een nagalm der bekende middeleeuwsche geestelijke romance des Soudaens Dochterkyn. In 1625 vertaalt Vondel een Latijnsch lofdicht van zijn broeder Willem op Paus Urbaan den Achtsten, dat in zijne vertaling aanvang met: „Wat God-

\. Vs. 2106-2107.

2. Van Lennep heeft onderscheidene zaken genoemd die vóór Vondels auteurschap pleiten (II. 144-145), doch heeft blijkbaar geen trek gehad, aan te nemen dat Vondel «reeds zeventien jaren voor zijn overgang tot de Roomsche kerk een lofdicht zou vervaardigd hebben op een Roomsche heilige." In verband met de overige door mij opgenoemde plaatsen, is daarin echter niets vreemds.

Sluiten