Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

punt li b.v. ligt 1.5 cM. rechts van O en 2 cM. beneden AB.

De Aarde is een nagenoeg bolvormig lichaam. Om de plaats van de punten in de oppervlakte van dien bol te bepalen, handelen we op overeenkomstige wijze.

We nemen een globe voor ons, een zeer verkleinde voorstelling van de Aarde. Den cirkel, die op gelijken

Globe' afstand is getrokken van de eindpunten der aardas (polen), noemt men equator of evennachtslijn. Deze bewijst ons denzelfden dienst als straks de lijn AH. Wij meten er op af, hoe ver de voet van een loodlijn, uit een willekeurig punt op dien cirkel neergelaten van een aangenomen standvastig punt in den equator verwijderd is. Wat wij boven links en rechts noemden, heet hier wester- en oosterlengte. We meten met '/stio deel van den aardomtrek of 1 graad (i°) en zijne onderdeden: >Ln graad of 1 minuut (1% Vs, minuut of 1 seconde (1 ). Ligt een plaats 12 graden, 14 minuten en 6 seconden Lenete en ten W. van het standvastige punt, dan ligt zij breedte, op 12° 14' 6" WL. (= westerlengte). OL. = oosterlengte. Men telt de lengte tot i8o"\ — Den afstand van het punt tot den equator, langs de loodlijn gemeten, noemt men de breedte. Men onderscheidt noord er- en zuiderbreedte (NB. en ZB.). Ken punt, 25 14 27 ten N. van den equator gelegen, ligt op 25 14 27 -

Men telt de breedte tot go°.

Door lengte en breedte is de plaats van een punt op

de aardoppervlakte volkomen bepaald.

De bedoelde loodlijnen zijn op den bol halve cirkels, die elkander in polen ontmoeten; men noemt ze meridianen (middagslijnen).

Kén der meridianen wordt als nulmeridiaan aangenomen , d. w. z. men beschouwt dezen als te gaan door wat we boven het standvastige punt noemden Als nulmeridiaan neemt men aan den meridiaan van Greenwich, vroeger ook wel dien van Ferro of dien van 1 anjs.

Op de globe worden, behalve de equator en de dezen

Sluiten