Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

horn), die ongeveer 4000 M. hoogte bereiken. Aan liet Vierwoudstrekenmeer liggen de voorbergen Rigi ten O., Pilatus ten W. Onder den Gotthardpas loopt de groote tunnel (15000 M. lang), waarlangs het spoorwegverkeer tusschen Zwitserland en Italië plaats heeft, \eider oostwaarts vallen te noemen de Adula Alpen, waarin de Achter-Rijn ontspringt; uit zijn dal voert zuidwaaits de weg over den Splügenpas (2100 M.). Oostelijk volgen de Rhatische Alpen, aan weerszijden van het Engadin, ten N. dezer groep vormt de A r 1 berg-tunnel (10 270 M. lang), de spoorweggemeenschap tusschen het Inndal en Zwitserland. Daarna komen de gletsjerrijke Oetzthaler Alpen in 't midden, de steile Ortler in 't zuiden. Door de N oord ti rolsc he Kalk-Alpen leiden passen naai het Inndal en naar den van ouds bekenden B renner pas (1360 M.), waarover in de Middeleeuwen de Indische waren door de Augsburgsche kooplieden van \ enetië werden gehaald en nu een spoorweg Inn- en Etschdal (Innsbruck en Brixen) verbindt. Deze spoorweg volgt van de Beiersche hoogvlakte af het Inndal tot Innsbruck, gaat verder over den Brennerpas en langs het dal van den Eisack en daatna langs dat van de Etsch; ze volgt de grenslijn tusschen

de Centraal- en de Oost-Alpen.

Oost- De Oost-Alpen, die de langste ketens hebben,

Alpen, stijgen het hoogst in de Holie lauern, met toppen tot 3800 M. Naar het O. worden de lengtedalen breeder. In 't ZO. neemt het lager wordende bergland 111 den Karst het karakter van kleine kalksteen hoogvlakten aan met vele holen, ketelvormige dalen en verdwijnende rivieren. Dit gedeelte hangt samen met de westelijke gebergten van het Balkanschiereiland, die hetzelfde karakter bezitten. In het NO. stooten de Alpen met het Ween erwoud tegen den Donau. De spoorweg over den Semmeringpas (880 M.) brengt de belangrijke verbinding tot stand tusschen den Donau (Weenen) en de Adriatische zee (Triest). De Oost-Alpen zijn rijk aan zout (Salzburger Alpen) en bevatten ook ertsen.

Sluiten