Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarin de Geul met hare zijtakken schilderachtige dalen met steile wanden heeft uitgeslepen. De rotsgrond komt hier en daar aan de oppervlakte, doch is grootendeels bedekt met een vruchtbare grondsoort, de Limburgsche klei. Op enkele plaatsen, vooral in het Geuldal, wordt bouwsteen uit den grond gehaald. Bij Kerk rade en Heerlen wordt steenkool gedolven. Het midden en N. van Limburg heeft een heuvelachtige of golvende zandbodem , waarop aan de Noordbrabantsche grens hoogveen ligt (de Peel). Daar wordt veel turfstrooisel verwerkt. De Maas stroomt tot Roermond met vrij sterk verval langs hooge oevers; wij weten reeds, dat deze rivier boven Venloo in ons land voor de scheepvaart niets beteekent.

Landbouw is in Z. Limburg de hoofdbezigheid; men verbouwt er uitmuntende tarwe en rogge; de weiden liggen op de vlakke bodems der rivierdalen. Zoowel akker- als weiland wisselen met boomgaarden af. In 't N., dat rogge en aardappelen verbouwt, is de veeteelt hoofdzaak, vooral voor de boterfabrikatie, die ook in 't Z. sterk toeneemt. Van meer belang dan de handel is de nijverheid, vooral in 't Z.: Maastricht fabriceert glas, aardewerk, papier. Bier is hier de volksdrank on wordt bijkans overal gebrouwen. Op vele plaatsen worden heiligenbeelden vervaardigd , vooral in hout. Terwijl het Zuiden weinig bosch heeft, draagt Noord-Limburg uitgestrekte bosschen.

Het nijvere Maastricht (= overtochtsplaats over de Maas; 38), de hoofdstad, ligt aan den voet van den St.-Pietersberg. In het mooie Geuldal, waar het snelstroomende riviertje molens in beweging brengt, liggen verscheiden plaatsjes: Meersen, Valkenburg, Gulpen. In 't ZO. Kerkraae en Heerlen, beide met steenkolenmijnen, Vaals, met electrische tram naar Aken, en Rolduc of Kloosterrade met een groote R. K. middelbare school en gymnasium. Ten N. van Sittard blijft de bodem wel heuvelachtig, maar wordt hij aanzienlijk lager. Roermond (13), marktplaats, Venloo (17), met industrie en groote expeditie-

Sluiten