Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vele stroomversnellingen en watervallen, de Guadiana zelfs nog op korten afstand van den mond. Het bevaarbare deel van den Douro en den Taag ligt binnen de Portugeesche grenzen. De Guadalquivir is het rijkst aan water en het best bevaarbaar. De Ebro is ook al weinig bruikbaar : Keizerskanaal.

De landbouw is, vooral in 't Z. en langs de oostkust, meest tuinbouw; veel wijnbouw en teelt van sinaasappelen , citroenen en olijven. De hoogvlakten doen veel aan schapenteelt (merinos). Het sinds lang verwaarloosde mijnwezen herleeft, maar is grootendeels in handen van vreemden: ijzer in 't N., kwikzilver te Al maden (= de mijn), lood in t ZO., koper bij Rio I into. De nijverheid bloeit in Catalonië. In t ZO. doet men aan zijdeteelt. De handel is sedert het verlies van de koloniën in Amerika en Azië achteruitgegaan.

Aan de monden van Douro en Taag liggen O porto (= de haven; 185), dat wijn uitvoert, en Lissabon (360), de handeldrijvende hoofdstad van Portugal. Setubal wint zout.

Op Spanjes noordkust liggen verscheidene kleinere havensteden, als Bilbao, Santander e. a., die, sedert de wegen door het gebergte beter zijn geworden, een aanzienlijken handel drijven. Malaga (115)1 op de zuidkust, voert wijn en vijgen uit. De rotsvesting Gibraltar behoort aan Engeland.

Murcia en Valencia (165) hebben zijde-industrie en uitvoer van zuidvruchten. De eerste handel- en industriestad van Spanje is liarcelona (535)- Sevilla, Córdoba en Granada liggen in het Guadalquivirgebied; alle drie hebben vele herinneringen uit den tijd der Mooren. Van den achteruitgang, die deze drie steden trof, is alleen Sevilla (150) weder bekomen; belangrijke zeehandel. Cadiz' handel is achteruitgegaan; oorlogshaven. De hoogvlakte is arm aan groote steden. Madrid (540), de hoofdstad van Spanje, bewijst door hare ligging aan een onbeteekenend riviertje de geringe beteekenis der Spaansche rivieren voor het verkeer.

Sluiten