Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook het Balkanschiereiland is grootendeels hoogland. In de west hel ft, in Bosnië, Hercegóvina (Hertzegówina), Montenegro, een deel van Servië, in Albanië en Griekenland is het hoogland meest Karstgebergte, met vele grotten, verdwijnende rivieren en gesloten dalen. In het eigenlijke schiereiland, ten W. van de golf van Saloniki aanvangend, vinden we vele namen, die in de geschiedenis en de mythologie van het oude Griekenland voorkomen, als Olympus, Pindus, Parnassus, pas van Thermopylae e. a. — In de oost hel ft zijn de hooggebergten de Balkan (met den Sipka-pas, Sjipka pas) en de Despotodagh. Deze twee sluiten, met een veel lager gebergte langs de Zwarte zee, het bekken van de Maritza in. Ten N. van den Balkan zijn klimaat en plantengroei Oosteuropeesch; ten Z. van dit gebergte krijgt het landschap reeds een Zuideuropeesch karakter.

Langs den noordrand van het bergland loopen de Don au en zijn bijrivier de Sau of Save. Nadat de Donau door de rij van rotsen is gebroken, waarvan de ij z e r e n poort bij Orsowa de laatste is, stroomt hij langs den zuidrand der YValachijsche laagvlakte naar het O., maar wendt zich, vóór hij met een delta in de Zwarte zee uitmondt, naar het N., om den hoogeren schraalbevolkten steppebodem van de Dobrudza (Dobroedsja) heen. De Soelina, de middelste der drie Donaumonden, wordt het meest voor het verkeer gebruikt. De W'alachijsche laagvlakte is aan de noordzijde begrensd door de Transsylvanische Alpen. Van het N. komen de Aloeta, de Sereth en de Proeth in den Donau uitstroomen.

De rivieren van het Balkanschiereiland, buiten het Donaugebied, als de Maritza, de V a r d a r, de S a 1 a m b r i a, hebben des zomers weinig, des winters menigmaal overvloed van water.

Landbouw is in het Balkanschiereiland een hoofdbezigheid. In de W'alachijsche laagvlakte wordt veel koren verbouwd; Galatz en Braila zijn belangrijke korenhavens. Ten Z. van den Balkan, in het Maritzagebied, worden

5*

Sluiten