Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

land van Iran, dat van Armenië en dat van KleinA z i ë.

Met het Kleinaziatische hoogland hangt het Syrische hoogland samen en hiermede weer het Arabische, dat in het N. en Z. eën woestijnkarakter heeft, in 't midden grassteppen bezit, waar de beroemde Arabische paarden te huis behooren.

Afgezonderd ligt het Voorindische hoogland of hoogland van De kan.

Ten N. van het groote Aziatische hoogland ligt een uitgestrekt laagland, dat door een heuvelachtige waterscheiding wordt verdeeld in de groote Siberische laagvlakte, met afstrooming naar de IJszee, en het laagland van Turkestan, welks rivieren in meren uitstroomen. Naar het O. wordt het Siberische laagland veel smaller, zoodat het zich eindelijk tot een smalle strook langs de IJszee bepaalt, terwijl oostelijk Siberië grootendeels een heuvel en laag bergland is.

Tusschen het Syrische en het Iranische hoogland schuift zich het lage, vlakke Mesopotamië van Tigris en Euphraat in, terwijl tusschen den Himalaja en het Voorindische hoogland de Voorindische laagvlakte ligt, die in het O. (Hindostan, het Gangesgebied) zeer vruchtbaar en dicht bevolkt is.

Ten O. van het Achteraziatische hoogland strekt zich langs de Oostchineesche zee, de vruchtbare, zeer bevolkte Chineesche laagvlakte uit.

Mantsjoerije, dat ten NO. daarvan gelegen is, heeft bergketenen, waartusschen breede dalen en vlakten liggen.

§ 54- Rivieren. Een groot deel van het Aziatische hoogland binnen de randgebergten heeft geen afstrooming naar den oceaan. Het daar vallende water, voorzoover het rivieren vormt, eindigt zijn loop in zoutwatermeren of zoutmoerassen. 't Zijn stepperivieren. De grootste is de Tarim, die in het tegenwoordig tot een moeras uitgedroogde Lob-nor (nor = meer) eindigt. Ook de laagvlakte van Turkestan heeft stepperivieren; de grootste

Sluiten