Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

muskaatnoten op de Bandagroep van eenige beteekenis. Van de noordelijke Molukken zoowel als van de zuidelijke zijn een grooter en een kleiner eiland het belangrijkst: Hal in ah ei ra en Ternate, Ce ram en Am bon.

I. AFRIKA.

§ 66. Grootte. Ligging. Grenzen. Afrika is bijna driemaal zoo groot als Europa. Het strekt zich van circa 35° N.- tot 35^ ZB. uit van kaap Blanco tot kaap Agu lli as. Door de groote^e breedte der noordhelft behoort echter ongeveer 2/3 tot het noordelijk halfrond.

Alleen door de landengte van Suez hangt Afrika met het overige deel der Oude \\ ereld samen.

§ 67. Omtrek. De omtrek van Afrika is zeer eenvoudig. Op de noordkust zijn slechts twee ondiepe golven, op de westkust de golf van Guinea. Xabij de laatste kust liggen de aan Portugal behoorende Azoren en de Ma dei ragroep, verder de Kanarische (Spaansch) en de Kaap Verde eilanden (Portugeesch) nabij kaap Verde, de westelijkste punt van Afrika. In de golf van Guinea liggen vier eilandjes, twee Spaansch, twee Portugeesch. O]) veel grooteren afstand liggen de aan Engeland behoorende kleine eilandjes Ascension en St. Helena. Bij kaap de Goede Hoop verandert de kust van hoofdrichting; kaap Agulhas (de Naaldenkaap) is de zuidpunt. Het kanaal van Mozambique scheidt het groote eiland Madagaskar van 't continent. Rondom dit eiland liggen eenige kleine archipels. Kaap Hafoen en kaap Guardafui zijn de oostelijke punten van Afrika. Uit de golf van Aden leidt Bab-el-Mandeb in de Roode zee.

§ 68. Bodemgesteldheid. Afrika is bijna geheel hoogland. Meestal ligt alleen langs de kust een strook laagland , die wanneer ze moerassig is, als altijd in de tropische streken ongezond is.

In het NW. verheft zich het Barbarijsche hoogland.

Sluiten