Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijk bij liet rivier- liet spoorwegverkeer. Geen wonder, dat langs den bergrand vele belangrijke steden zijn ontstaan, waar de producten van landbouw cn veeteelt tegen die van mijnwezen en nijverheid worden uitgewisseld; dat op de kusten van het laagland, vooral aan den mond der rivieren, groote handelsteden voor den uit- en invoer tot bloei zijn gekomen, terwijl in het laagland zelf, trouwens meest kleinere, marktplaatsen voor de landbouw(en nijverheids-)producten zijn ontstaan. Bovendien ligt in het laagland de hoofdstad des rijks, het hoofdcentrum voor de spoorwegen. Over de zuidelijke strook van het laagland heeft de industrie zich, van de bergen uit, in sterke mate uitgebreid.

In Zuid-Duitschland ontstond in de laatste jaren een dergelijk contrast tusschen de beide hoofddeelen, nl. het Rijnbekken cn de Donau-hoogvlakte. Het ontbreken van kolen (behalve in Lotharingen) stond lang de ontwikkeling van de moderne groot-industrie in den weg; toch waren reeds vroeg op verschillende punten industrieën ontstaan, die dikwijls getuigenis aflegden van grooten kunstzin, welke krachtig werd gesteund door de rijkdommen, die de handel op de Noorditaliaansche steden, vóór het ontdekken van den zeeweg naar Indië, hier had opgehoopt. Thans echter heeft vooral het Rijn- en Xeckardal, de verdere Juravoet en het beneden-Main-dal een veelzijdige fabrieksnijverheid, die meer en meer in de gebergten doordringt, sedert het gebruik van waterkracht door omzetting in electriciteit wordt vergemakkelijkt.

De Donau-hoogvlakte neemt vooral in Xuid-Xwabcn ook deel aan de industrie, maar is toch in de eerste plaats landbouw- en veeteeltgebied. De voornaamste industrieën staan met beide in verband: bierbrouwerijen, brandewijnstokerijen , kaasfabrieken.

Tegenwoordig vormt Duitschland, door liet '1 olverbond, één handelsgebied, waartoe ook Luxemburg behoort. Het Tolverbond schrijft voor vrij verkeer tusschen de verbonden staten en een gemeenschappelijk tarief.

Sluiten