Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Slechts J/3 der bevolking leeft van landbouw en veeteelt, 2/5 van industrie en mijnbouw, van handel en zeevaart. Niet minder dan 1/J, des lands is met bosch bedekt, waarvan '/3 loofwoud (vooral beuken»), 2/3 naaldhout.

Zuid-Duitschland is in 't zuidoosten Donaugebied, in 't noordwesten Rijngebied. De grens tusschen beide vormt ongeveer de Zwabisch-Frankische Jura.

Het Donaugebied bestaat uit den noordrand der Alpen, de Zwabisch-Beiersche hoogvlakte (met de OpperPalts benoorden den Donau), in 't N\V. begrensd door den genoemden Jura, in 't noordoosten door het Bohemer woud met het Beiersche woud.

De strook der Alpen in Duitschland noemt men gewoonlijk de Duitsche Kalk-Alpen. Het grootste deel hunner ketenen is met naaldhout bekleed; daarboven liggen de „matten" en dan de zeer steile, woestgevormde en naakte bovendeelen der hoogere ketens, waarvan de hoogste toppen boven de sneeuwgrens (2500 M.) uitsteken, het hoogst de Zugspitze (3000 M.), waarop een meteorologisch observatorium gebouwd is.

De Zwabisch-Beiersche hoogvlakte is deels heuvelig, deels zeer vlak; de Hier, de Lech, de Isar en de Inn hebben zich breede dalen in de losse aardlagen uitgeschuurd. Door hun groot verval zijn ze, behalve de Inn, nagenoeg onbevaarbaar. Open naar 't noorden, afgesloten van 't zuiden, heeft de vlakte, die gemiddeld 500 M. hoog ligt, een guur klimaat. De vruchtbaarheid is ongelijk, maar meestal niet groot; evenzoo de bevolkingsdichtheid. Langs den zuidrand liggen kleine Alpenmeren, langs de oevers van Isar en Donau groote veenmoerassen.

Van oudsher waren de hoogvlakte en het Donaudal het doortochtsgebied tusschen Oostenrijk en de Rijnlanden en thans gaat de groote verkeersweg van Londen tot Konstantinopel over Augsburg en Mtinchen. Van veel meer belang dan deze route van west naar oost was in de middeleeuwen, 11a de kruistochten, die van zuid naar noord,

Sluiten