Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

113

Hun afwisseling met het lichtgroen der weiden maakt de grootste schoonheid dezer gebergten uit.

I Iet land beoosten den Rijn behoort aan B a d e n en Hessen. Baden reikt nog tot aan en over de Bodensee (Konstanz, 25) en omvat het Schwarzwald en liet Xeckarheuvelland. Het eerste bewerkt thans zijn naaldhout meest zelf, zoodat het vlottenvervoer sterk is afgenomen; het heeft allerlei industrie. Mooi zijn de dalen, rond de toppen (ook de hoogste, de Feldberg), eentonig veelal de bosschen. Aan den voet liggen Freiburg (80), universiteitstad , en de oude badplaats Baden-Baden (15000 inw.; 70000 badgasten). Over het golvend Neckar-heuvelland gaat de spoorlijn Straatsburg—Ulm, waaraan Badens hoofdstad, het in 1715 als residentie gestichte Karlsruhe (110). Waar de Neckar in de vlakte treedt, ligt in mooie omlijsting de universiteitstad Heidelberg (47). Het Oden woud ligt grootendeels in Hessen, een der bloeiendste staten van Duitschland, met de hoofdstad Darmstad (90) en de Rijn- en Mainhaven Mainz (80). Tot het noordelijk deel van Hessen behoort de Wetterau, de voortzetting der Rijnvlakte. Tusschen beide deelen ligt de grootste stad der vlakte, Frankfort a'M. (355), stad van groothandel en geldhandel.

Links van den Rijn liggen de oude Romeinsehe vestingen Mainz, Spiers, Worms (45). Straatsburg. Spiers (22), in de veelvuldig verwoeste, maar zich altijd weer herstellende Rijnpalts, is de eenige Rijnstad die niet mee opkomt met de moderne industrie en handel; het is geheel overvleugeld door Ludwigshafen (60), tegenover Mannheim. Straatsburg, de hoofdstad van den Flzas, ontstond aan het einde van den hoogen muur der Vogezen, waar de groote verkeersroute van oost naar west Frankrijk binnengaat; de stad is, als de geheele Elzas, sedert 1871 sterk opgekomen (115).

De hoogvlakte van Lotharingen, de eeuwige twistappel, is sedert 1871 staatkundig gehalveerd. Terwijl de Llzas, behalve eenige dalen der Vogezen, geheel Duitsch BOS—NIERMEYER, Leerb. L. cn V., 7e druk. 8

Sluiten