Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Seinc af—Kanaal; 1'. -de Seinc op -de col van t Bourgondisch kanaal--Saónc — Rhöne—Marseille; 1'. Oise—Sambre—Maas—Keulen; I'.—Marne—pas van ZabcrnStraatsburg—Weenen; R—Orléans—Tours—Bordeaux- Spanje. Langs deze bewoog zich al vroeg het verkeer; nu zijn cr spoorwegen langs gelegd. Lindelijk: de Seine mondt uit tegenover Kngeland in het drukbevaren kanaal.

De Loire daarentegen komt, met eenige van hare bijrivieren, van het plateau in het breedste gedeelte van het centrale hoogland, dat de „cols mist. De granietbodem , waarop de bosschen meest zijn uitgeroeid, laat het regenwater snel wegvloeien en verschaft in regentijden te veel, in droge tijden te weinig water aan de rivier. Vandaar haar onbevaarbaarheid. Daarbij levert het Centrale hoogland weinig op en heeft het weinig invoer noodig. Eindelijk mondt de Loire uit in het noordelijk deel der onstuimige Biskaaische golf. (Bijrivieren?)

Dat de Garonne niet ver bevaarbaar is, blijkt reeds uit cle aanwezigheid van het Garonnekanaal langs een groot deel der rivier. (Bijrivieren?)

De Rhóne blijft tot dichtbij hare delta langs den voet van t gebergte stroomen, heeft veel verval en ontvangt van woeste bergstroomen veel grint en puin, dat banken vormt (bijrivieren?); de vaart is er gering; op de kalme Saóne is ze veel belangrijker.

Van de Maas en de Moezel bezit Frankrijk slechts de minder bruikbare deelen.

Toch zijn er gunstige omstandigheden genoeg aanwezig, om Frankrijks handel te bevorderen: de gelukkige ligging, de vele natuurlijke gemeenschapswegen binnenslands zoowel als over de noordelijke en noordoostelijke grenzen, de rijkdom van den bodem.

De Gallische (Keltische) bevolking werd door de Romeinen geromaniseerd, en van de Keltische taal bleef slechts weinig over; slechts het westelijke deel van Bretagne bleef tot op onzen tijd Keltisch. In t Z\\ . wonen nog de Basken. Toen Germaansche stammen (Franken,

Sluiten