Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het Russische Oost- en Zwartezeegebied (Duna, Njemen, Don, Dnjepr, Dnjestr, Boeg), doordat ze door de ruggen moeten breken. De korte waterrijke Newa en de kolossale Wolga, alsmede de Oeral, de Petsjora en de Dwina deelen deze mingunstige eigenschap niet. Maar de Wolga, en nog meer de Oeral, heeft reeds eenigermate de eigenschappen van een stepperivier, door hare vele banken en zich verleggende beddingen. De Petsjora vooral, maar ook de Dwina, ondervinden de nadeelen van een hooge geographische breedte alsook van het vastelandsklimaat. De lange winter bedekt alle Russische rivieren met ijs. Zelfs de Donaumonden (breedte van Bordeaux) zijn eiken winter eenigen tijd dichtgevroren! Dit alles belet echter niet, dat de Russische rivieren aan het verkeer uitnemende diensten bewijzen. Geen is er belangrijker dan de Wolga, die gemiddeld viermaal zooveel water heeft als de Rijn.. Zoowel bij Niezjnii-Nowgorod als bij Samara stijgt het hooge water jaarlijks 8 M. boven den gewonen stand.

Door zijn afzonderlijke ligging en zijn grootte is Rusland een wereld op zich zelve gebleven, met een eigen (Slavisch) hoofdvolk, de Russen (Groot-, Klein- en Wit-Russen), 3,^ t|er bevolking, nagenoeg allen behoorend tot de Griekschorthodoxe Staatskerk, waarvan de tsaar het hoofd is. Ze zijn door een kring van andere volken omgeven. In t verste westen wonen de Polen (it io tnill.), een Slavisch volk, maar naar den godsdienst Roomsch-Katholiek; aan de Oostzee de Litauers en Letten (± 5 mill. samen), aan de Slaven verwant, de Est hen en de (Luthersche) Finnen (5 mill.), beiden Mongoolsche talen sprekend, maar zonder Mongoolsch type. Met laatste is meer bewaard bij de verspreide stammen in de Oosthelft des rijks (zie kaart 8; samen 4*U millioen). De Samojeden en hun verwante naburen zijn heidenen, de I urksche volken Mohammedanen, de Kalm ukken Boeddhisten. In Bessarabië wonen Roemenen. Overal wonen de Russen tusschen deze volken verspreid, alleen zeer weinig in Finland en

Sluiten