Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

15S

land en naar de vlakten van Andalusië; de teelt vermindert ten bate van den landbouw.

Het hoogland sluit twee hoogvlakten in: die van O u dCastilië en Leon (gemidd. 800 M.) en die van NieuwCastilië (650 M.). De eerste vindt hare afstrooming door den in Spanje bijna geheel onbevaarbaren Duero, die op de grenzen van Spanje en Portugal nog stroomversnellingen vormt; de tweede door den Taag (= kloof) en den Guadiana. Beide zijn in Spanje ook onbevaarbaar; de Guadiana vormt in Portugal nog een waterval, de Pulo do Lobo (wolfssprong).

De beide hoogvlakten zijn grootendeels steppen; de noordelijke heeft vele grassteppen en heiden, op de zuidelijke beslaan de geheel onvruchtbare zoutsteppen groote uitgestrektheid; evenzoo de terreinen, bedekt met het harde espartogras, dat veel voor de papierfabricatie gebruikt wordt; beide vooral in de eentonige Mancha. De landbouw neemt op de noordelijke hoogvlakte groote streken in beslag, vooral in de Ti er ra de Campos; fcr wordt in den voorzomer geoogst; daarna ligt alles dor en kaal. Al deze velden der hoogvlakte zijn onbevloeid, behalve smalle strooken in de diepe rivierdalen; zoo is de opbrengst zeer wisselvallig.

De beide hoogvlakten worden gescheiden door een reeks van gebergten, die men op de kaarten als Castiliaansch Scheidingsgebergte samenvat; naar het W. zet dit zich in Portugal als Serra da Estrella voort.

Het Centrale hoogland is arm aan groote steden, en de ligging hiervan is maar zelden door de rivieren bepaald. Op de hoogvlakte van Oud-Castilië en Leon: Valladolid (64), een oude vorstenzetel, evenals Burgos (27), dat een prachtige kathedraal bezit. Op de hoogvlakte van NieuwCastilië ligt op den hoogen Taagoever het oude stadje Toledo (20), dat langen tijd de zetel der Westgothische koningen was. Na de vereeniging van Castilië en Aragon werd Madrid (520), op een kale vlakte gelegen, de hoofdstad en de zetel van den Castiliaanschen adel; het is een

Sluiten