Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den zomer door Kirgiezen met hunne kudden worden bezocht, behooren thans aan Rusland. Ze liggen in het stroomgebied der Amoe-Darja, en zijn gescheiden en omringd door ketenen, in sommige toppen 7—8000 M. hoog. Die ketenen loopen oostwaarts sterk uiteen en gaan drie groote bergstelsels vormen: de Tien-sjan, de Kwen-lun en de Himalaja (met den Karakaroem). In de Himalaja reiken zes berggroepen boven 8000 M.; de hoogste top is de Gaurisankar, 8880 M.; een zevende groep, in den Karakaroem, is na deze de hoogste. De zuidhelling vormt de meest grootsche bergwand der aarde. Aan den voet beginnen, boven de Indus-Ganges-vlakte, de dichte tropische oerwouden; vooral in 't vochtige oosten, het Ganges-gebied, bekleeden ze de benedenhellingen grootendeels, hoewel met rijstvelden en ander bouwland afwisselend. Hun onderrand vormt de grens der bergstaten Nepal en Bhoetan. Naar boven gaan ze in boschvormen der gematigde luchtstreek over, die tot 3000 M. reiken en waarboven nog meer dan 1000 M. hoog de prachtige, bloemenrijke alpenweiden liggen. Dan vangt de sneeuwgordel aan, met zijn reusachtige gletsjers en groote steenwoestijnen. Aan de veel minder hooge, zeer dorre en kale noordzijde ontbreken de diepe dalkloven van den zuidkant. Merkwaardigerwijze is de Himalaja geen waterscheiding; ze wordt door tal van rivieren doorbroken, in 't W. en O. door de twee grootste, Indus en Brahmapoetra, wier bovenloopen samen het grootste lengtedal der aarde vormen, tusschen de Himalaja en de Trans-Himalaja, het pas in 1909 door Sven Hedin beter bekend geworden gebergte, dat evenwijdig aan de Himalaja ten N. ervan gelegen is.

Tibet schijnt — want groote streken zijn nog onbekend — in 't gebied zonder afvloeiing veel overeenkomst met Iran te bezitten, alleen de trekken van dat gebied nog scherper te vertoonen. Ook hier is het grootste deel van het hoogland door bergketenen doorsneden, waarvan de noordelijke tot het breede bergstelsel van den Kwen-lun behooren. Nog

Sluiten