Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Negers, de hoofdmassa der bevolking, worden naar de talen verdeeld in Soedan- en Bantoe-Negers. In 't binnenland van den Soedan, tusschen den Boven-Niger en het Tsaad-meer, woont tusschen de donkere, wolharige Negers in, een volk van lichter huidskleur, met golvend haar, wellicht uit 't N. afkomstig, dat in de 19e eeuw groote steden in dat gebied gesticht heeft, de Foelbe. — De bekendste groep der Bantoe-Negers zijn de Kaffers in 't Zuidwesten, waartoe de Zoeloe's en de Beetsjoeanen behooren. — Hottentotten en Bosjesmannen onderscheiden zich van de Negers door geringere lengte (vooral de laatste), lichtere huidkleur en doordat het haar in bundels groeit. In het Kongo-woud wonen tusschen de Negers eenige dwergstammen.

De Bantoe- en de zuidelijke Soedan-negers, benevens de Niam-Niam, de Hottentotten en de Bosjesmannen zijn heidenen; alleen heeft in Zuid-Afrika de zending vele bekeerlingen gemaakt. De Noord Afrikanen zijn bijna allen Mohammedanen en langs de Oostkust reikt de Islam onder den invloed der Arabische heerschappij tot bezuiden Zanzibar. De Abessiniërs en een klein deel der Egyptenaren (Kopten) zijn Christenen.

Het aantal inwoners van Afrika is vroeger te laag, daarna te hoog geschat. Het zal wel niet meer dan 150 millioen bedragen.

Over de vreemdelingen wordt bij de afzonderlijke landen gesproken.

§ 27. Het Barbarijsche hoogland of het Atlasgebergte ontvangt alleen op de naar de zee gekeerde zijde een voldoende regenhoeveelheid voor landbouw zonder bevloeiing. In Marokko verheft zich de woudrijke Hooge Atlas met toppen van 4000—45°° In Algerië ligt een groote hoogvlakte, het steppenland der sjots (zoutmoerassen) of der halfagrassteppen; dit wordt aan de noordzijde door den Kleinen, aan de zuidzijde door den Grooten Atlas begrensd. Sjots vindt men ook in het beneden den zeespiegel gelegen terrein ten X. van het

Sluiten