Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

227

de katoenindustrie; ondanks de toenemende concurrentie der Zuidelijke Staten heeft Nieuw-Engeland nog meer dan de helft der katoenverwerking van de Unie. Het heeft verder een zeer belangrijke veeteelt, vooral melkerij en zuivelbereiding, en de grootste visscherij der Vereenigde Staten. — Vermont, New-Hampshire en Maine hehben maar zeer geringe dichtheid. — Het centrum van Nieuw-Engeland is Boston (750), de tweede handelshaven der Unie, fraai gelegen aan een diepe baai en niet eentonig gebouwd. Het is ook een hoofdcentrum van geestelijk leven (Harvard-universiteit in de voorstad Cambridge).

De welvaart der Vereenigde Staten berust, als in Rusland en Frankrijk, allereerst op den landbouw, die grootendeels machinaal gedreven wordt. Het voornaamste graan is de maïs (daarom in Amerika „corn" genoemd); de Unie brengt 900/o van de wereldopbrengst voort. Het wordt als menschenen als vee- (vooral varkens-)voeder gebruikt. Voor den uitvoer is van meer gewicht de tarwe, gemiddeld een vierde der wereldproductie, tegen Rusland een vijfde, hrankrijk een negende. Van de geheele katoenoogst levert de Unie ± 7° °/o- Verder is zij een der groote hout leveranciers (na Rusland, Oostenrijk-Hongarije, Zweden, Canada). Bosch bedekt nog een vierde van het land, maar er wordt roekeloos gekapt. De veeteelt is grooter dan in eenige andere staat, vooral van runderen en varkens. De nijverheid onderging in de laatste 30 jaren een reusachtige uitbreiding. Naast de industrieën die op landbouw en veeteelt berusten, nam vooral de metaal-industrie geweldig toe, met name de staalproductie (in 1870 70000 ton, thans ± 20 mill ton, meer dan in eenig ander land, ruim 40 0 0 der wereldopbrengst ; die van ruw ijzer is nog grooter); ook de chemische industrie (het meest in New-York en Philadelphia). Van alle bestaansmiddelen is de uitbreiding veel sneller geweest dan de oude wereld die ooit gekend heeft — zelfs niet bij de westersche nijverheid in Japan — en de hoofdzaak is dat ze nog steeds snel voortgaat. Het sterkst geldt dat van den mijnbouw, waarin de Unie reeds verreweg

15*

Sluiten