Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slib, clan hebben de veendeelen der moerasplanten de overhand. Beekbezinking en moerasveen gaan dus in elkaar over. Samen worden ze groengronden genoemd, omdat ze voor weiland dienen.

De hoogvenen ontstaan in streken met geringe helling en hoogen grondwaterstand , waar de korst der afgestorven plantendeelen vochtig blijft en een veenkoek vormt, die in het midden der venen tot 6 M. dikte bereikt. In de middelste, natste deelen groeit vooral het veen mos, waarvan de veenkorst veel tot turfstrooisel wordt verwerkt; aan de randen groeien de heideplanten. In vele hoogvenen vindt men begraven wouden, soms eenige boven elkaar, wat schijnt te wijzen op een herhaalden strijd tusschen boschgroei en veenvorming, m. a. w. op afwisseling van drogere en nattere klimaatperioden.

De grootste zand s tui vingen liggen aan de westelijke hellingen der hooge gronden; zoo op de Veluwe en bezuiden Bergen op Zoom. Vele zijn vastgelegd door boombeplanting, vooral dennen, zoo o. a. het laatstgenoemde terrein; op de Veluwe liggen de grootste nog stuivende zanden. Een afzonderlijke groep vormen de rivierduinen, langs de Maas in noordelijk Limburg, de Overijselsche Vecht, enz. Ze zijn ontstaan doordat de hoogere randen van rivierdalen sterk uitdrogen en, als ze uit zandgrond bestaan, licht gaan stuiven.

Een alluviale grondsoort is ook de mulle humus of plantenaarde, gevormd door vermenging van de bovenkorst met verrotte plantendeelen. Men vindt haar vooral in wouden en voormalige woudstreken; in een bosch is de voorraad afstervende planten het grootst en dat deze niet tot een koek samenbakken is te danken aan de regenwormen en bacteriën. \\ aar die ontbreken, zooals op de heide, heeft die koekvorming plaats; men krijgt dan, door gebrekkige toetreding van zuurstof, niet de vruchtbare mulle humus, maar de zure humus of heiplag, een droge turfvorming.

Veel langer dan de tegenwoordige, alluviale periode,

Sluiten