Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de zes zomermaanden) krijgt thans de Waal 2/3 van liet water, de IJsel 19, terwijl 2/9 gaat door Pannerdensch kanaal—Neder-Rijn—Lek—Nieuwe Maas—Waterweg, die thans ééne hoofdrivier vormen, zoodat aan den Hoek van Holland een Rijn- en geen Maasmond ligt. Dat niet alleen de Kromme en de Oude Rijn, maar ook de Vecht en de Hollandsche IJsel vroeger belangrijke takken waren, blijkt uit de breede strooken rivierklei langs hunne oevers.

De Waal stoot bij Nijmegen tegen de heuvels van het Nederrijkswoud. Het kanaal van St. Andries (met schutsluis) geeft scheepsgemeenschap met de Maas, evenals de vroegere Maasloop, die tot 1904 bij Loevestein in de Waal viel (thans groote schutsluis bij Andel). Van Woudrichem stroomt de Waal onder den naam Merwede tot Werkendam, waar ze zich splitst in Nieuwe en BenedenMerwede; de eerste krijgt gemiddeld 2/3 van het water. Bij Dordrecht neemt de Beneden-Merwede den naam van Oude Maas aan; deze zendt een deel van haar water zuidwaarts naar het Hollandsch Diep door de diepe Dordtsche Kil, ontstaan uit een gegraven geul. De Oude Maas geeft, vóór zij als Mond van de Maas in zee stroomt, nog wat water af aan het Spui. — De Waal en Rijn—Lek ontvangen zeer weinig water van Nederlandschen bodem. De Merwede krijgt door middel van de Linge en haar verlengstuk het Kanaal van Steenenhoek al het water van Over- en Neder-Betuwe, de Tielerwaard en de Vijfheerenlanden. — Voor de scheepvaart is de Waal de hoofdweg, waarin schepen van 2.70 M. diepgang kunnen varen. Die voor Antwerpen gaan verder door de Nieuwe Merwede, die voor Rotterdam — de groote meerderheid door de Beneden-Merwede en de Noord, die veel te smal is voor de drukke vaart.

De IJsel is bij gewone waterstanden voor de scheepvaart geschikt; bij zeer hoogen stand bergt zij veel meer dan een negende van het Rijnwater, waardoor het gevaar van overstrooming voor den Beneden-Rijn en de Lek zeer vermindert; aan den IJsel is dit gevaar minder ernstig,

Sluiten