Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

omdat hooge gronden haar dicht naderen. Het gedeelte van de rivier van Westervoort tot den Ouden IJsel bij Doesburg, de zoogenaamde Nieuwe IJsel of Drususgracht, is waarschijnlijk door de Romeinen verbeterd. Aan zee vormt de IJsel een delta; van de monden is het Ketel diep de hoofdweg voor de scheepvaart; het wordt tusschen twee lange hoofden in zee geleid. De IJseldelta, het Kampereiland, is slechts omkaad en wordt dus bij hooge rivier- of zeestanden overstroomd, waarbij slib achterblijft, dat de vruchtbaarheid verhoogt. De IJsel ontvangt het water van de Graafschap Zutfen en van het oostelijk deel der Veluwe langs den Ouden IJsel (die voor een groot deel den weg van een ouden Rijntak volgt), de Berkel, de Schipbeek, de Veluwsche Weteringen en eenige andere stroompjes.

De Maas heeft veel minder water doch nauwer bed en meer ongelijkmatig verval dan de Rijn, zoodat de stroomsnelheid bij gene veel sneller kan toe- en afnemen dan bij dezen. Bij Maastricht is het vermogen bij de laagste standen 45 M3, bij hooge standen meer dan 2000 M3 per seconde. Even boven Eisden treedt de Maas Nederland binnen Hier ligt de rivierspiegel 45 M. boven A. P. 'lot Roermond is 't verval zeer sterk; de hoogte is er nog maar 15 M. Vandaar tot Venlo neemt het verval sterk af en beneden deze plaats is het veel geringer dan op de Rijntakken. De Maasspiegel te Venlo ligt bij gemiddelden stand ongeveer even hoog als de Rijnspiegel te Pannerden (ruim 10 M. boven A. P.). In het W.—O. gerichte deel van den loop was het verval tot 1904 slechts de helft van dat op de Waal, tengevolge der vele bochten; door de opening van den nieuwen mond is het vermeerderd.

Deze mond, de Bergsche Maas, volgt grootendeels de bedding van een voormaligen arm, het Oude Maasje. Ze is gegraven om Waal en Maas geheel te scheiden als afvoerwegen. Twee groote rivieren, die in laag land samenvloeien , oefenen licht een ongunstigen invloed op elkanders toestand. Zoolang Maas en Waal bij Loevestein samen-

Sluiten