Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verdediging (rijswerken, steenbestortingen) kost jaarlijks schatten. J J

Van de Zuid-Hollandsche eilanden is in de Middeleeuwen veel minder bedijkt dan van Zeeland. In 't Oosten lag hier trouwens tot 1421 nog een stuk vasteland, de Groote Waard, met de steden Dordrecht, Geertruidenberg en .evenbergen en vele thans verdwenen dorpen en kasteelen. Ze bestond uit laagveen en liep in dat jaar onder. De stad Dordrecht werd een eilandje, de twee andere werden kuststeden. — De jongste eilanden — op enkele stukjes na — zijn Beierland, Goeree-Overflakkee, uit de 15e tot de 18e eeuw, en Rozenburg, uit 't laatst der 16e tot 't begin der 19e. Ook de Noordbrabantsche bedijkingen zijn jong, meestal uit de 16e en 17e eeuw. In de laatste jaren had Q°^r kec*yking plaats in de Braakman, in het land van Saeftingen en aan den Brabantschen Schelde-wal.

De jongere polders liggen hooger dan de oudere: klei droogt in en ook heeft er daling van den bodem plaats gehad. Maar benoorden het Haringvliet loopen de vloeden minder hoog op dan in 't zuiden — ook door den trechtervorm der Zeeuwsche stroomen — en daardoor ligt „het Overmaassche" (de eilanden benoorden het Haringvliet) in t algemeen lager. Ook loopen de ebben hier dus minder laag af en is er meestal bemaling noodig, terwijl in Zeeland en Goeree-Overflakkee meest natuurlijke loozing plaats heeft. Het Brabantsche land wordt grootendeels bemalen.

Het zeekleigebied is de streek der vervallen handelsteden, die hier nog veel talrijker zijn dan aan de oevers der Zuiderzee. Sluis, Aardenburg, Biervliet, in de 13e en 14 eeuw belangrijke \ laamsche havens, vervielen het eerst door verlanding; cvenzoo Steenbergen en later Arnemuiden, dat in de 16e eeuw nog een groote haven was. bergen op Zoom, in de 15e eeuw een aanzienlijke koopstad, verviel door den 8o-jarigen oorlog, maar Vere en Zierikzee bloeiden toen juist, als geheel Zeeland, door de kaapvaart. Na den vrede werd zijn handel door dien van Holland overvleugeld, maar de herleving van

Sluiten