Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vetweiderij, als vooral kaasbereiding; evenzeer in WestFriesland als zuidwaarts tot het Y; evenzeer op het „oude land als in „de meren", de droogmakerijen, die hier niet door vervening, maar uit voormalige meren ontstaan zijn, de meeste in de 17e eeuw. Ze hebben weinig dorpen — meest afzonderlijke hoeven —, het oude land heeft er des te meer. Het laagveen is een zeer waterig land, vele stukken met evenveel land en water, zoodat de koeien er naar de eilandjes gevaren worden. — De warmoezerij is in Noord-Holland het uitgestrektst van alle provinciën; de voornaamste centra zijn de Langedijk en de oosthelft van de Streek, die nu als reeds voor drie eeuwen landen van koolbouwers zijn (ook wel aardappelteelt); door den spoorwegbouw had een belangrijke uitbreiding plaats; het westen van de Streek heeft ooftteelt.

De steden van het Noorderkwartier zijn ouderwetsche, stille stadjes, het oudst en stilst Medemblik, dat als de beide andere Drechterlandsche, Hoorn en Enkhuizen, een groote oppervlakte heeft, doordat er vroeger veel meer inwoners waren. Alkmaar (21), Hoorn (n) en Pu mierend (6) zijn de kaas- en veemarkten, Alkmaar voor kaas de grootste des lands. Edam is als kaasmarkt van weinig belang meer.

Op de vruchtbare bouwstreek der IJ polders volgt het oude Zuiderkwartier, met westelijk Utrecht. Hier is het laagveen in den regel droger dan in 't Noorden, maar daarentegen liggen er meer groote plassen in; die ten oosten der Vecht hebben een zandbodem. De kleinere droogmakerijen zijn hier meest uit verveningen ontstaan; ze vormen in t Z. éen groot complex, meest in de 18e eeuw drooggelegd en voor landbouw in gebruik, evenals de groote, in de 19e eeuw uit meren ontstane: het Haarlemmermeer, de Zuid plas, de Prins Alex ander-polder. De oude polders — koepolders zegt men hier karakteristiek — zijn veel kleiner dan in 't Noorderkwartier. Daarom had men hier voor de wegen genoeg aan de kaden tusschen de polders, terwijl men in

19*

Sluiten