Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijner bevolking in onzen tijd dankt het echter aan de fraaiheid zijner omstreek.

§ 24. Het gemengd diluvium ten Oosten van den IJsel heeft veel minder heuvelvorming, het minst in de zuidelijke der drie landschappen, de Graafschap. De Lochemer Berg (49 M.) is de grootste der weinige topjes, die verrijzen uit de vlakke zandgronden. Deze hellen noordwestwaarts, alleen met een iets steileren trap van Eibergen tot voorbij Aalten. Op het hooger terras ten O. van dien trap komen de tertiaire leemgronden te voorschijn, die de vruchtbaarheid van den bodem zeer verhoogen. De Graafschap heeft uitgestrekte heiden en enkele wouden — veel meer eiken dan elders -—, maar daartusschen liggen groote stukken van een ander, zeer eigenaardig'landschapstype, dat ook Twente en Salland kenmerkt: groenlanden, met honderden stukjes bouwland afwisselend, en ook kleine plekken heide en bosch. De oudste bouwlanden liggen als hoogere gronden bij de dorpen: de enken. Veel grootgrondbezit, veel kasteelen. In tegenstelling met de Veluwe zijn hier veel oude stadjes, vooral in de Oosthelft, voormalige grensvestingen; vele hebben thans weverij, aansluitende bij die van Twente.

Salland is de breedere tegenhanger van de Veluwestrook bewesten den IJsel; even laag, even vlak, eveneens door in den benedenloop noordwaarts gaande weteringen — die echter veel minder waterrijk zijn — doorstroomd. Het mozaïek-land heeft hier veel hakhout; weinig dorpen en geen stadjes, behalve de IJselstad Deventer.

Plotseling verrijst in 't oosten de scheiding tusschen Salland en Twente, de naar weerszijden snel dalende Sallandsche heuvelrug (tot 83 M.), waartoe ook de afzonderlijke Lemelerberg (80 M.) en de Ominerberg behooren. Eenige kleinere, evenwijdige rijen liggen ten oosten ervoor. Alle zijn met heide bedekt. Erachter begint Twente met de zeer vlakke kom van Almeloo, waar tal van beken uitgestrekte, vruchtbare groengronden hebben gevormd. Oostwaarts stijgt het land naar de heuvels van Ootmarsum

Sluiten