Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(in 't uiterste Z. en NO.), de Sangir-eilanden en de Philip pijn en. De terreingesteldheid van de binnenlanden van Celebes.en Borneo is nog onvoldoende bekend, evenals die van vele der kleinere eilanden. In Borneo's centraalgebied loopen de hoofdketenen van W. naar O. Celebes en Halmaheira schijnen uit concentrische bergbogen te bestaan, naar 't O. geopend, en ten deele afgebroken en ingestort, zoodat de zee in diepe golven kon binnendringen.

§ 29. Plantenkleed; bebouwing. De overheerschende vorm der natuurlijke begroeiing is in den Archipel het woud; een gevolg van den regenrijkdom'). In t westelijk deel, waar deze het grootst is, zijn de bosschen het dichtst. Sommige terreinen in 't zuidoosten zijn zoo droog, dat ze alleen schralen grasgroei hebben. Ook elders zijn tusschen de wouden streken met riet en gras bedekt, door onvruchtbaarheid van den bodem. Vooral het hooge, stijve alang-alang-gras neemt groote terreinen in. Ook de savanne komt voor in de drogere streken; fraaie scherm boomen staan er afzonderlijk of in groepen te midden der graslanden.

De mensch heeft de begroeiing sterk gewijzigd. Het sterkst op Java, dat zeer dicht bevolkt is, terwijl de andere eilanden bijna overal schaars bewoond zijn. Dit verschil is zoo ingrijpend, dat daarop de staatkundige hoofdverdeeling van den Archipel berust: Java (met Madoera) en de Buitenbezittingen. Die dichte bevolking van Java zit samengepakt in de laagvlakten, en op de aangrenzende vulkaanvoeten; daar is bijna niets meer van de oorspronkelijke wouden over, maar alles door cultuurland vervangen. In de berglanden zijn sommige hoogvlakten, dalen en hellingen goed bevolkt, maar grootendeels zijn ze schraal bewoond, loch is ook daar een deel der wouden verdwenen, ten behoeve der plantages en van den roofbouw, die telkens nieuwe

1) Vgl. voor het klimaat $ 65 van het Eerste Boek (blz. 78\ In het Vierde Boek wordt er nader over gehandeld.

Sluiten