Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gehad hebben en door den invloed van lucht en water verbrijzeld zijn tot ruïnen, waarin de oude kratervorm soms niet meer te herkennen valt, maar de kegelvorm der buitenhellingen, door diepe ravijnen doorploegd, is bewaard gebleven. Andere hebben ook in de hoogere deelen dien regelmatigen kegelvorm bewaard en vertoonen hunne topkraters nog in zuiveren vorm.

De aanleg van ijzeren verkeerswegen wordt in Oost-Java door de terreingesteldheid zeer vergemakkelijkt. Zoo vindt men daar het grootst aantal stoomtrams, die vooral voor de huropeesche landbouwondernemingen van belang zijn, maar waarvan ook de inlanders, evenals van de spoortreinen , veel gebruik maken. De hoofdlijn van den spoorweg doorsnijdt het geheele eiland van Laboean en Anjer tot Banjoewangi. Zij heeft verschillende zijlijnen, naar de havensteden Semarang en Tjilatjap, het gezondheidstation Garoet, enz. Bovendien kan men van Batavia langs twee lijnen naar Bandong reizen en zijn Kediri en Malang van een zuidelijke verbinding voorzien.

De noordelijke vlakte van West-Ja va strekt zich uit van de Bantam-baai tot de hoofdplaats Cheribon. Het is de grootste vlakte van het eiland, zoo lang als van Groningen naar Maastricht, ongeveer 270 KM., bij een breedte van 40 tot 60 KM. Als in de meeste andere vlakten van Java's noordkust zijn er twee soorten van landschap te onderscheiden '): aan zee ligt een vlak land van grijze klei, waarin de rivieren geen dalen vormen; daarachter een terrein met wat meer helling, door de rivier- en beekdalen in breede, platte ruggen verdeeld, meestal met een roodachtige verweeringskorst. Het breede kleiland in 't oostelijk deel, van Tji Taroem tot Tji Manoek, heeft, door de geringe helling, groote moerassen, met riet en bosch bedekt.

Verschillend is de ligging der dorpen in de beide terreinen. In de klei liggen ze, als gewoonlijk in de kuststreken van

') Het alluvium cn diluvium op kaart 34 van den Schoolatlas. Bos — NIERMKVKK, Leerb. L. cn V., 7e druk. 21

Sluiten