Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nog fraaie ruinen van Hindoe-tempeltjes staan, overblijfselen van een tempelstad, die eenmaal door scharen van pelgrims bezocht werd.

Aan den zuidvoet van den keten Ioopen de lengtedalen van Tji Tandoei en Kali Serajoe, het laatste vooral zeer dicht bevolkt. Beneden de hoofdstad Banjoemas (5) breekt deze door het Zuid-Serajoe-gebergte en bereikt de kustvlakte waarin Tjilatjap (16), de eenige handelshaven der Zuidkust van Java, gelegen is. Westwaarts wordt dit kustland door den heuvelrug van Noesa Kambangan, oostwaarts door duinenrijen omzoomd. Het was nog in historischen tijd grootendeels moeras en dat is het nog in t \\ esten, een schier onbewoond waterwoud. Het laagste deel is een open plas, de Segara anakan (= Kindzee, kleine zee), waar langs de kust een achttal paaltlorpen, door visschers bewoond, in 't water staan. In de kustvlakten van Banjoemas en Kedoe — het oude landschap Bagelèn — zijn de rawa's in de laatste halve eeuw drooggelegd. Ze behooren tot de dichtstbevolkte deelen des lands, door onafgebroken kampongrijen doorsneden. Vooral Bagelèn heeft overbevolking en daardoor armoede. Armoede ten gevolge van den staatkundigen toestand heeft de vlakte van Djokjakarta, genoemd naar de hoofdstad (80), waar in een kraton van bijna 5 KM. omtrek de sultan woont met zijn groote hofhouding: vrouwen, prinsen, lijfwacht en tal van kampongs met bedienden en ambachtslieden. In Djokjakarta groeit veel suiker, tabak en indigo, door Europeesche landhuurders geteeld.

Oostelijk van den Diëng loopen twee vulkanenrijen noordzuid: westelijk het fraai kegelvormig tweelingpaar SindoroSoembing, oostelijk de Oengaran, Merbaboe en Merapi; daartusschen ligt het schoone, vruchtbare hoogdal van Kedoe, waar, evenals tegen den Diëng, veel tabak groeit voor de inlandsche markt; ook hier is de bevolking arm, omdat de Chineezen den tabakshandel in handen hebben. M a g e 1 a n g (28) is de mooie hoofdplaats. De Merapi is de meest werkzame vulkaan, heeft dan ook de best be-

Sluiten