Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grootendeels bedekt met droge velden, waarop vooral maïs gekweekt wordt, en waartusschen verspreide boomen en woningen staan, een landschap dat men op Java nergens aantreft. Madoera is een zeer dicht bewoond eiland en kan zijne bevolking niet voeden. Zoo heeft groote landverhuizing plaats gehad naar den overwal, waar de noordelijke kustvlakten van Pasoeroean overwegend, die van Besoeki geheel met Madoereezen bevolkt zijn. Bovendien trekken jaarlijks vele duizenden heen en weer om in den Oosthoek op de koffie- en suikerlanden te gaan werken, maar tegen den maïsoogst naar hun dorpen terug te keeren. Anderen varen ter zee, waarin ze zeer ervaren zijn; hunne schepen brengen veel rijst van Achter-Indië naar Java. Grootere plaatsen liggen alleen in de sawahs dragende kustvlakten, vooral aan de zuidkust. Pamekasan (8) is de hoofdplaats, de grootste en drukste plaats is Soemenep (18). Bij het laatste ligt „het zoutland", het voornaamste der zoutpanterreinen, die zich, als vischvijverstrooken in t klein, langs Madoera's zuidkust uitstrekken; de Regeering koopt daar het zout op, waarmede zij in monopolie, en met aanzienlijke overwinst, het grootste deel van den Archipel voorziet.

§ 38. Sumatra is 13 maal zoo groot als Nederland; het aantal inwoners is te schatten op ongeveer 4millioen, zoodat de dichtheid der bevolking 9 per KM2 of V; van die van Drente bedraagt. Het best bevolkt zijn eenige van de kleine vlakten der Noord- en Westkust — andere zijn moerassig en onbewoonbaar — en verder een aantal der hoogvlakten en lengtedalen in het grootsche gebergte, dat zich langs die kust strekt, de Boe kit Barisan. Geen ander bergland in den Archipel bezit zooveel hoog rijzende ketenen en nog hooger verheffen zich daartusschen de kegels der talrijke vulkanen.

In t Noorden ligt Atjeh, de voormalige statenbond, uit roofstaatjes langs de kusten bestaande, de opperheerschappij erkennend van den te Kota Radja (vorstenstad, 4) wonenden sultan, die rechtstreeks alleen het bestuur

Sluiten