Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bevolking woont, het uiterste Zuiden en Noorden, waarvan vooral het laatste het uiterlijk van een cultuurland draagt. Het is de Minahassa. Voor zestig jaren heerschten daar nog dezelfde toestanden als tot op heden in CentraalCelebes: voortdurende oorlogen, woeste offerfeesten, slavenhandel, koppensnellen. De zending heeft daaraan een eind gemaakt en, met behulp van het bestuur, een toestand van rust en welvaart geschapen; de bevolking is bijna geheel tot het Christendom bekeerd. De Minahassers zijn lichter van huidskleur dan de overige bewoners van het oosten van den Archipel. Ze hebben eenige overeenkomst met de Japanneezen, zoowel lichamelijk als geestelijk. De Minahassa is een der mooiste berglanden van den Archipel, naast Padangsche Bovenlanden en Preanger, vooral door de afwisseling van cultuur en natuur; de talrijke vulkanen zijn nog met oerwoud bedekt. Een der meest werkende is de Lokon, westelijk van den weg van Menado, de hoofden havenplaats, naar Tondano, het centrum van het binnenland, op een hoogvlakte aan het fraaie bergmeer van Tondano. De vroeger beroemde Menado-koffie is sterk achteruitgegaan, terwijl de kopra-uitvoer zeer toeneemt.

In het middendeel van den noorderarm van Celebes liggen langs de noordkust een aantal goudontginningen, waarvan de opbrengst, pas voor weinig jaren van beteekenis geworden, thans reeds weder afneemt.

Centraal-Celebes is een bergland met vele ruime lengtedalen , waarin eenige groote bergmeren liggen, o. a. het I'oso-meer. In de dalen liggen de velden van de talrijke kleine stammen der Toradja's (= bovenlanders); hun kleine dorpen bouwen ze liefst op heuveltoppen. Aan de oorlogen, het koppensnellen, de slavernij en den slavenhandel zal een einde komen, nu het Nederlandsch gezag hier gevestigd wordt. Het oostelijk deel, vroeger tot de residentie 1 ernate behoorend, is pas bij het gouvernement Celebes gevoegd.

Het zuidelijk schiereiland wordt bewoond door de Boegi nee zen en Ma kassa ren. De eersten zijn het hoofd-

Sluiten