Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar boven; de vlakken van gelijke drukking zijn daardoor nabij den equator meer gerezen dan op hoogere breedten. Het evenwicht in de hoogere luchtlagen is verbroken. Er ontstaan twee luchtstroomingen in de lagen der bovenlucht, van den aequator naar hoogere breedten.

Door dit wegvloeien van lucht daalt de barometer op den bodem van den aequatorialen luchtgordel. De aequatoriale windstiltengordel of gordel van opstijgende lucht is een gordel met lagen barometerstand. De barometerstand zal hier laag b 1 ij v e n, omdat de oorzaak voor de afstrooming in de hoogere lagen, nl. de hooge temperatuur van dit deel de aardoppervlakte, voortdurend werkt. Er moet toestrooming komen (langs de aardoppervlakte) van plaatsen met hoogere drukking.

De boven uit den aequatorialen gordel wegstroomende lucht gaat niet tot de polen, maar slechts tot ongeveer 30° N. en ZBr. Door de aswenteling der aarde wijken deze bovenwinden voortdurend meer naar 't O. af en op die breedte is hunne richting zuiver West geworden. Daardoor hoopt de lucht zich aldaar op tot gordels van h 00gen barometerstand (subtropische maxima). Van deze gordels uit stroomt voortdurend (beneden) lucht weg naar plaatsen met lagen barometerstand, zoowel naar die op lagere, als die op hoogere breedten gelegen.

De benedenstroomen van de gordels met hoogen luchtdruk naar den aequatorialen windstiltengordel met lagen barometerstand heeten passaten (NO. en ZO. passaat). De bovenstroomen heeten bovenpassaten.

De passaten waaien boven den Atlantischen en den Grooten oceaan zeer regelmatig. Boven de vastelanden ondergaan ze afwijkingen.

De grenzen der passaten en die der tusschen beide gelegen aequatoriale windstiltenzone verschuiven met de isothermen, of liever: komen in hare verschuiving achter die der isothermen aan. Terwijl de grens-isothermen der warme zone hare noordelijkste en zuidelijkste ligging bereiken tegen 't laatst van Januari en Juli, verschuiven de

Sluiten