Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te meer vocht neemt ze op boven de zeeën, en zoo is zij voor Azië's kustlanden de vochtige wind (Z\V. of ZO.). Omgekeerd is daar de NO. wind de droge en voor onzen Archipel is die reeds de regenbrenger geworden (meest NW.).

Uitzonderingen op dezen regel worden vooral veroorzaakt door de bergketenen. Waar de droge winden tegen deze moeten opstijgen, koelen ze zoo sterk af, dat ze toch regen brengen, en waar de vochtige winden neerdalen naar plaatsen over een gebergte, zijn ze droog. Aldus heeft de zuidkust van Ceram een natte zuidoostmoeson en droge noordwestmoeson, terwijl de toestand van de noordkust regelmatig is, dus omgekeerd.

Op Java spreekt men niet van noordwest- en zuidoost-, maar kortweg van west- en oostmoeson. Inderdaad nadert daar de hoofdrichting, vooral aan de noordkust, meer tot west en oost, in verband met de richting der Java-zee; binnenzeeën zijn trekgaten voor de winden, die daar getinger v\rijving ondervinden dan op de naburige landen, vooral als deze bergachtig zijn.

I)e overgangstijden tusschen de moesons noemt men kenteringen. Ze zijn gekenmerkt door veranderlijke winden, onweders en stormen.

§ 7 • Cyklonen en Anti-Cyklonen. Op het zuidelijk halfrond schijnen bezuiden ± 30° Br. voornamelijk westelijke winden te heerschen. Op het noordelijk halfrond benoorden ± 3° ^r- hebben de winden met westelijke componenten ook de overhand, maar luchtdrukking en winden zijn er veel onregelmatiger, in verband met de afwisseling van land en water. Het overheerschen der westenwinden heeft tengevolge dat de oostkusten der vastelanden op hoogere breedten (dus vooral Noord-Amerika en Azië) meer landwinden hebben, de westkusten meer zeewinden, de eersten dus een landklimaat (New-York), de laatsten een zeeklimaat (Zie kaart 3 D).

\ oor den Noord-Atlantischen oceaan en de streken aan weerszijden daarvan -zijn de klimaattoestanden het best

Sluiten