Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onmogelijkheid, want een dunne waterstraal verdeelt zich onder 't vallen juist in droppels.

De kracht van den wind is in de tropen veel geringer dan op onze breedten. De snelheid bedraagt te Batavia gemiddeld per jaar nog geen meter in de seconde, terwijl zij voor het binnenland van Europa op 3.5 M., voor de Westkust op 5.5 M., voor den Noord-Atlantischen Oceaan op 15 M. berekend is. De plantengroei heeft zich aan deze geringe windkracht aangepast. De groote bladontwikkeling der palmen zou bij dezelfde temperatuur, maar bij krachtige winden niet mogelijk zijn. Daardoor doen stormen, die zelden voorkomen, veel schade; ook door den lichten bouw der woningen. De nachten zijn meest volkomen windstil. Deze volmaakte rufct van den dampkring, die in tropische streken, zelfs op hooge berghellingen, den nacht kenmerkt, maakt een zeer eigenaardigen indruk.

Reeds bij stijging tot enkele honderden meters hoogte gevoelt men in Indië een weldadig gevoel van verfrissching, wat niet zoozeer wordt veroorzaakt door verlaging der luchttemperatuur dan wel door de grootere windkracht. Hooger op is ook de sterkere afkoeling 's nachts zeer aangenaam. Overdag bemerkt men van afkoeling weinig voor men groote hoogten bereikt.

De regenval neemt bergopwaarts sterk toe. Alleen voor Java staan ons een voldoend aantal bergstations ten dienste, waar de regenval 180—720 cM. bedraagt.

B. DE LANDOPPERVLAKTE.

§ 12. De aardkorst. De zonnestralen doen haren invloed op de verwarming der Aarde slechts tot een geringe diepte gevoelen. Daar is de temperatuur konstant. Beneden die dunne laag neemt de temperatuur toe, zooals blijkt in boorgaten, mijnen en bij uit de diepte komend water van warme bronnen. Gemiddeld is de toeneming i° bij ± elke 35 M. In groote diepten moet, blijkens de in gesmolten

Sluiten