Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4e- Het kaenozoïsche tijdvak (Gr. kainos = nieuw), verdeeld in tertiair en quartair. De laatste onderafdeeling vertegenwoordigt stellig een veel kortere periode dan het archaeïsch, primair, secundair en tertiair; in elk daarvan kunnen de lagen tot duizenden meters dikte bereiken, in het quartair niet meer dan enkele honderden. Het wordt weer onderverdeeld in diluvium en alluv i u m. Het diluvium is gevormd in de ijstijden, het alluvium in den tegenwoordigen tijd.

In de tropische luchtstreek, waarin geen ijstijden geheerscht hebben , is de verdeeling der quartaire lagen in alluvium en diluvium niet uitvoerbaar. In 't algemeen kan men zeggen dat de geheele tijdperken-indeeling naar de geologische gesteldheid van Europa is ingericht en voor vele zuidelijke landen slechts met moeite kan worden pasklaar gemaakt.

§ 16. Verdeeling van Land en Water. Ruim 28 % van de bekende aardoppervlakte is land. Voortgezette ontdekkingen in de poolgewesten zullen dit cijfer nog eenige wijziging kunnen doen ondergaan.

Waren de zeeën droog, dan zouden de vastelanden zich voor het oog van den toeschouwer uit den zeebodem verheffen als hooglanden. Europa verheft zich gemiddeld ongeveer 300, Australië ook 300, Zuid-Amerika 650, Afrika 650, Noord-Amerika 700, Azië 950 M. boven den zeespiegel. Gemiddeld zal het land ± 700 M. boven den zeespiegel liggen. Nemen we de gemiddelde diepte der oceanen op 3600 M. aan, dan is, daar land en zee naar de oppervlakte zich verhouden als 28 : 72, de verhouding der inhouden tusschen beiden ongeveer als 28 X 700 : 72 X 3600 of als 1 : 14. Het boven den zeespiegel gelegen land zou dus ongeveer 14 maal in de oceanen plaats kunnen vinden.

Van het noordelijke halfrond is 0.40, van het zuidelijke 0.15 deel land. Tegenover een halfrond met het meeste land, met een punt bij den Loire-mond als pool (47°3o' NBr., 2°3o'WL. Gr.), staat een halfrond met de grootste massa water, met de pool in de zee ten O. van Bountyeiland bij Nieuw-Zeeland.

Sluiten