Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt alleen veroorzaakt door de geweldige massa's waterdamp, die bij elke uitbarsting te voorschijn komen en ook als groote zuilen uit de lavastroomen ontsnappen.

Wanneer een eruptie is geëindigd en de vulkaan zijne kracht heeft uitgeput, dan vindt men in den krater en de spleten nog sol fataren, d. z. uitstootingen van zwavelverbindingen en waterdamp. Wordt alleen waterdamp uitgestooten, dan spreekt men van fumarolen; wordt koolzuurgas uitgestooten, dan heeft men te doen met mofetten, als de Hondsgrot bij Napels, het Doodendal op Java, de koolzuurbronnen in den Eifel. Warme bronnen zijn dikwijls de laatste sporen van vulkanische werkzaamheid; zij houden doorgaans verschillende stoften opgelost (mineraalwaterbronnen). Periodieke, warme springbronnen noemt men geisers. — in de Phlegreïsche velden ten \\ . van Xapels vindt men allerlei vulkanische werkingen bij elkander.

Enkele vulkanen zijn in historischen tijd gevormd; in 1538 c'e Monte Nuovo in de Phlegreïsche velden, 139 M die later nooit meer een uitbarsting gehad heeft; in 1759 de Jorullo in Mexico, 1309 M.

§ 18. Niveauveranderingen. Of in het tegenwoordige

geologische tijdperk nog bergvorming door groote, langzame plooiingen en verschuivingen heeft plaats gehad, ?s onzeker. Wel staat vast, dat sommige deelen der vastelanden zijn gerezen, andere gedaald ten opzichte van den zeespiegel. Daarbij dient gevraagd of het de zee was clan wel het land dat rees en daalde? In de meeste gevallen wel het laatste. — Rijzing van het land ten opzichte van de zee noemt men continentale (of negatieve) niveau verandering; daling heet marine (of positieve) niveauveranderi ng.

\an de eerste zijn veel meer voorbeelden bekend dan van de laatste. Geen wonder, want bij deze overspoelt het water de getuigenissen van wat vroeger boven zee lag en overdekt ze met nieuwe afzettingen. Bij boringen komen ze echter voor den dag. Daardoor heeft men aan de kusten,

Sluiten