Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Diepzee vormingen. Overheerschend zijn de kalkhuisjes in het slib, dat in de matige diepten der open oceanen voorkomt. In dit kalkslib overwegèn verreweg de huisjes van het foraminiferengeslacht Globigerina; vandaar de naam globigerinen-slib. Maar in de antarctische breedten maakt dat plaats voor de kiezelpantsers van zeer kleine algen, het diatomeeën-slib.

In de diepste streken zijn geen van beiden te vinden, waarschijnlijk doordat het koolzuurgehalte van het zeewater met de diepte toeneemt en bovendien koolzuurhoudend water onder hooger druk meer koolzure kalk opneemt. In die diepte vindt men bijna overal roode klei, die grootendeels van vulkanischen oorsprong is, afkomstig van boven- en onderzeesche uitbarstingen.

§ 32. Zoutgehalte, Temperatuur. Het zeewater bevat gemiddeld ± 3.5 gewichtspercenten aan zouten, waarvan 3/4 keukenzout is. Van de rest bestaat het grootste deel uit magnesiumverbindingen, die den bitteren smaak veroorzaken. Het verschil in zoutgehalte van de verschillende deelen der oceanen is gering. Over 't geheel neemt het naar de kusten (instrooming van rivieren!) af, terwijl het van hoogere breedten naar de (warme en droge) passaatzone toeneemt; in de aequatoriale regenzone is het weer geringer. In grootendeels afgesloten binnenzeeën kan het zoutgehalte zeer abnormaal zijn. De Roode zee heeft in t midden 3.9 tot 4.1 °/0, het Suezkanaal bij Ismailia 5.1 °/0 zouten. De warme Middellandsche zee met hare betrekkelijk geringe toestrooming van rivieren heeft een meer dan normaal (3.7 °0), de koele Oostzee met haren sterken toevloed van zoetwater en de ondiepe gemeenschapswegen met de Noordzee, een minder dan normaal zoutgehalte: in 't W. 0.8 °/0, in t N. der Bothnische golf minder dan 0.3 °/0.

De temperatuur van het zeewater is aan de oppervlakte zeer ongelijk; ze wisselt af tusschen 350 (welke warmtegraad in de Roode zee is waargenomen) en beneden o° (zelfs is — 3 waargenomen in de N. IJszee). Maar diep dringt de zonnewarmte in het zeewater niet door; de diepste Bos — NIERMKYER, Lecrb. L. en V,,, 7e druk. 26

Sluiten